Huidige handhaving
Werknemers hebben recht op ten minste het minimumloon voor hun werk. Dit is geregeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
Om te waarborgen dat werknemers het minimumloon ontvangen, bestaan verschillende instrumenten. De Arbeidsinspectie kan bij een constatering van onderbetaling een nabetalingsverplichting en een last onder dwangsom opleggen. Ook kunnen werknemers hun niet-betaalde loon vorderen via de civiele rechter.
Knelpunten in de praktijk
Toch ontvangen werknemers in sommige situaties geen of onvoldoende loon. Dit komt vooral voor bij arbeidsmigranten.
In de praktijk houdt een werkgever soms geen, een onvolledige of een tegenstrijdige loonadministratie bij. Daardoor kan de Arbeidsinspectie niet altijd vaststellen of sprake is van onderbetaling en wat de omvang daarvan is. Ook ontbreekt soms een eenduidige urenadministratie. In die gevallen kan de Arbeidsinspectie wel boetes opleggen voor het niet tijdig verstrekken van informatie, maar geen nabetalingsverplichting. Dit is nadelig voor werknemers als zij wel zijn onderbetaald.
Rechtsvermoeden en bewijslast
Het kabinet werkt daarom aan een rechtsvermoeden in de Wml. Dit houdt in dat de bewijslast wordt omgekeerd: de werkgever moet voortaan bewijzen dat het minimumloon is betaald.
Een vermoeden van onderbetaling geldt als een werknemer gedurende zes maanden, bij een werkweek van 36 uur, tegen een vergoeding ter hoogte van het minimumloon heeft gewerkt. De werkgever moet vervolgens aantonen dat dit loon is betaald of dat de werknemer minder uren heeft gewerkt.
De minister werkt het wetsvoorstel de komende maanden verder uit. Er is nog geen datum van inwerkingtreding bekend.